Hoofdbrekens

De zon verdwijnt langzaam achter de huizen aan de overkant terwijl ik nog een rondje maak met de hond. Guus trekt aan de lijn. Ik denk dat ik hem iets eerder uit had moeten laten.

In 30 Minuten Sluitertijd hadden we het onlangs over personal branding en meer van dat soort hippe dingen. Wat definieert jou, en wat definieert jouw fotografie?

Ik koos er enkele jaren geleden voor om me vol op straatfotografie te storten. Dat leek logisch en sluit nog steeds voor een groot deel aan op waar ik gelukkig van word. Maar ik ben inmiddels echt niet meer alleen maar straatfotograaf.

Guus rent op een rustig hippende kauw af en begint te blaffen. Als ik alleen maar straatfotograaf ben, dan zou mijn marketing en personal branding simpel zijn.

Your friendly neighborhood street photographer, grap ik weleens, vrij naar Spiderman. Stemmige zwartwit beelden afgewisseld met knallende kleurenfoto’s, een beetje zoals mijn Instagram profiel.

Door toedoen van puristen en die verschrikkelijke Facebookgroepen is straatfotografie verworden tot een hoek van de fotografie waarin hokjes meer dan ooit aanwezig zijn, en je moet er in eentje passen, want anders tel je niet mee. Ik begrijp dat het in de landschapsfotografie niet anders is. Of is het natuurfotografie?

Ik wil niet in een hokje. En als ik dan in een hokje moet, dan wil ik het het liefste zelf bouwen. Ik wil het zo bouwen dat ik de juiste bezoekers krijg, want ik hoef niet iedereen in dat hokje. Ik maak niet voor iedereen. En misschien zit daar wel de crux: wat is je einddoel?

Maar wat is dan het einddoel?

Mijn einddoel is het maken van mooie straatfoto’s waar mensen iets langer naar kijken. Beelden die een weergave zijn van het “nu”, die een tijdsbeeld laten zien, zoals de foto’s van Robert Frank en Eugene Atget dat vroeger ook deden. Eerlijk? Een weggeshopte prullenbak interesseert me geen reet. Maar ik heb hem nog nooit echt weggehaald.

Mijn einddoel is ook het maken van portretten, al dan niet zakelijk, waarbij ik hoop mensen ontspannen op de foto te zetten. Heb ik meer dan zeven minuten voor een foto, dan hoop ik ook dieper te komen, bij een angst, onzekerheid, verlegenheid of juist trots van iemand. Voorbij die buitenkant. De straatfotograaf Michiel ziet vaak alleen die buitenkant. De portretfotograaf niet.

Sterker nog, ik kom net van een gesprek vandaan over het huren van een ruimte voor koffie en portretten. De straat af, mijn huis uit. Een plek waar ik drie kwartier koffie met iemand kan drinken en dan een kwartier kan fotograferen.

De mens, dan de foto. Niet per se modellen, maar mensen die nog niet weten dat ze geweldige modellen zijn. Mensen die een verhaal te vertellen hebben en dat ik daar dan een beeld van, bij of over maak. Dat wil ik.

Niet alleen maar straatfotograaf

Ik ben niet alleen maar straatfotograaf, maar heb het hokje nodig voor mijn marketing en mijn verhaal. Het ongedwongen, ongeposeerde ontmoet in een vluchtig opgezette studio het geposeerde portret. Het mag geen vluchtig opgezette studio zijn. Er moet creativiteit in de lucht hangen, onvertelde verhalen en stilte, heel veel stilte.

Of je nu een gepassioneerde hobbyist bent of een gedreven professional, iets drijft jou om jouw foto’s te maken. En laten we eerlijk zijn: je maakt ze niet om ze ongezien op een harde schijf te laten staan. We zijn allemaal op zoek naar een bühne.

We vinden het allemaal leuk om positieve feedback te krijgen op iets waar we trots op zijn. Die bühne heet misschien Instagram, of expositie. Misschien heet jouw bühne wel tijdschrift of boek. En dan is het fijn als je in een hokje past.

Hokjes zijn makkelijker te verkopen

Als jij in een hokje past, kun je sneller aansluiting vinden bij je doelgroep. Je krijgt sneller reacties op social media van mensen die in hetzelfde hokje zitten. En je verkoopt sneller werk aan liefhebbers van jouw hokje. In de marketing heet dat niche (rijmt op vies). Herken je dat je dan eigenlijk gewoon in meer hokjes wil horen? Ik heb dat heel erg.

En daar komen mijn hoofdbrekens vandaan. Komend weekend loop ik niet met Guus, maar met een groep workshopdeelnemers de straten af te schuimen naar interessante mensen, een mooie compositie en het allerbeste licht.

Terwijl ik daar rondloop, valt mijn oog op een dame of heer die ik graag met meer aandacht zou willen fotograferen, waar ik een mooi portret van kan maken. Welk licht zou ik dan gebruiken, en wat voor reflector? Oh, wacht, ik ben een straatfotografieworkshop aan het geven.

Ik las het boek Jongleren met Olifanten van Jones Loflin en Todd Musig, over de verschillende pistes die je in het leven tegenkomt. Privé, werk en zelfzorg. Het is aan jou om te bepalen welke olifanten je toelaat in je pistes, waar olifanten een metafoor is voor prioriteiten.

In mijn piste “werk” lopen twee olifanten rondjes om elkaar. Het is erg druk in die piste. Straatfotografie en portretten. Portretten en straatfotografie.

Bijna thuis

We zijn bijna thuis. Guus ziet dat Esther haar auto er al staat en begint het op een sprintje te zetten. In gedachten verzonken laat ik de lijn bijna los.

Ik denk dat de meeste fotografen deze hoofdbrekens hebben. Of dat nu gaat over waar welke soort fotografie past in jouw vrije tijd, of de richting die je als professioneel fotograaf op wil groeien. Het stelt me gerust dat ik vast niet de enige ben, dat kan gewoon niet.

Ik maak Guus zijn lijn los. Ontspannen. Met iets meer lucht in mijn hoofd zet ik koffie. Ik pak de Portretbijbel en zie dat ie per ongeluk bovenop de Straatfotobijbel ligt. Waar maak ik me druk over. Misschien liggen ze ook wel gewoon zo dicht bij elkaar.

Dit artikel verscheen eerder op Photofacts.nl (het grootste fotografieplatform van Nederland), waarvoor ik sinds 2025 elke maand een column schrijf.

Vorige
Vorige

Waar maak je het beste portret? 12 inspirerende plekken om over na te denken

Volgende
Volgende

De Clearasil van de fotografie